Infuussnelheid Berekenen (gtt/min)
Infuussnelheid berekenen doe je met twee eenvoudige formules. Voor een zwaartekrachtinfuus reken je in druppels per minuut (gtt/min): druppels per minuut = (volume in mL x druppelfactor in gtt/mL) gedeeld door de tijd in minuten. Werk je met een pomp, dan reken je in mL/h: pompsnelheid = volume in mL gedeeld door de tijd in uren. Zo weet je in één berekening hoe snel de vloeistof moet lopen.
Deze twee getallen zijn niet inwisselbaar. De pomp regelt zichzelf zodra je de mL/h invoert, maar bij een zwaartekrachtinfuus stel je de rolklem handmatig af op het aantal druppels per minuut. Hieronder staan de formules, een voorbeeld dat je stap voor stap kunt volgen en de fouten die het vaakst misgaan.
De formule
Er zijn twee berekeningen, afhankelijk van je materiaal.
Zwaartekrachtinfuus (druppels per minuut, gtt/min):
druppels per minuut = (volume in mL x druppelfactor in gtt/mL) / tijd in minuten
Infuuspomp (mL/h):
pompsnelheid = volume in mL / tijd in uren
De druppelfactor staat op de verpakking van het infuussysteem en geeft aan hoeveel druppels samen 1 mL vormen. Er zijn twee soorten:
- Macrodruppelsystemen: 10, 15 of 20 gtt/mL. Dit is de standaard voor volwassenen en voor grotere volumes.
- Microdruppelsystemen: 60 gtt/mL. Deze gebruik je bij kinderen, bij lage volumes en wanneer je heel nauwkeurig moet doseren.
Bij een microdruppelsysteem van 60 gtt/mL is er een handig verband: het aantal druppels per minuut is dan gelijk aan het aantal mL per uur. 200 mL/h betekent dus 200 gtt/min. Dat maakt controleren snel.
Uitgewerkt voorbeeld: stap voor stap
Stel: je moet 1000 mL fysiologisch zout toedienen over 8 uur met een systeem van 20 gtt/mL.
Stap 1. Reken de tijd om naar minuten. 8 uur x 60 minuten = 480 minuten.
Stap 2. Vul de formule voor druppels per minuut in. (1000 mL x 20 gtt/mL) / 480 minuten = 20000 / 480 = 41,7 gtt/min.
Stap 3. Rond af naar een heel getal. Je kunt geen halve druppel afstellen, dus je rondt af op 42 gtt/min.
Stap 4. Bereken de pompsnelheid voor de controle. 1000 mL / 8 uur = 125 mL/h.
Het antwoord: 42 druppels per minuut aan de rolklem, of 125 mL/h op de pomp. Ter controle bij de rolklem: tel de druppels in de druppelkamer gedurende 15 seconden en vermenigvuldig met 4. 42 gtt/min komt neer op ongeveer 10 à 11 druppels per 15 seconden.
Hier zijn nog enkele veelvoorkomende combinaties, alle op dezelfde manier uitgerekend:
| Volume | Tijd | Factor | Pomp (mL/h) | Zwaartekracht (gtt/min) |
|---|---|---|---|---|
| 1000 mL | 8 u | 20 gtt/mL | 125 | 42 |
| 500 mL | 4 u | 20 gtt/mL | 125 | 42 |
| 1000 mL | 12 u | 15 gtt/mL | 83 | 21 |
| 100 mL | 30 min | 60 gtt/mL (micro) | 200 | 200 |
| 1000 mL | 24 u | 20 gtt/mL | 42 | 14 |
| 250 mL | 1 u | 10 gtt/mL | 250 | 42 |
Let op de tweede rij: 500 mL over 4 uur geeft dezelfde snelheid als 1000 mL over 8 uur, want de verhouding volume tot tijd is identiek. En de rij met het microdruppelsysteem bevestigt de vuistregel: 200 mL/h is bij 60 gtt/mL precies 200 gtt/min.
Bereken met je eigen waarden
Vul hieronder je eigen volume, tijd en druppelfactor in. De tool geeft meteen zowel de pompsnelheid in mL/h als de druppels per minuut voor een zwaartekrachtinfuus, zodat je niet met de hand hoeft te rekenen tijdens je dienst.
10, 15, 20 gtt/mL zijn macrodruppelsystemen; 60 gtt/mL is microdruppel.
Gebruik het resultaat altijd als controle naast het voorschrift, niet als vervanging ervan. Twijfel je over de druppelfactor, kijk dan op de verpakking van het gebruikte systeem.
Veelgemaakte fouten
Een paar fouten komen steeds terug. Wie ze kent, voorkomt de meeste rekenblunders.
- De tijd niet omrekenen naar minuten. De formule voor gtt/min werkt met minuten, niet met uren. Deel je per ongeluk door 8 in plaats van door 480, dan zit je er een factor 60 naast.
- mL/h verwarren met gtt/min. Dit zijn twee verschillende getallen. Zet nooit 125 (mL/h) klaar als druppels per minuut, of andersom. Bij het voorbeeld hierboven is dat 125 tegenover 42, een groot verschil.
- De verkeerde druppelfactor gebruiken. Een macrodruppelsysteem van 20 gtt/mL en een microdruppelsysteem van 60 gtt/mL geven bij hetzelfde voorschrift heel andere druppelaantallen. Controleer altijd wat er daadwerkelijk aan de patiënt hangt.
- Een zwaartekrachtinfuus niet hercontroleren. De snelheid van een rolklem verandert als de patiënt van houding wisselt, opstaat of zich beweegt, en ook als de zak leegloopt en de druk daalt. Controleer de druppelsnelheid regelmatig opnieuw.
Veelgestelde vragen
Wat is de formule voor infuussnelheid? Voor een zwaartekrachtinfuus: druppels per minuut (gtt/min) = (volume in mL x druppelfactor in gtt/mL) gedeeld door de tijd in minuten. Voor een pomp: mL/h = volume in mL gedeeld door de tijd in uren.
Wat is het verschil tussen een macrodruppel- en een microdruppelsysteem? Een macrodruppelsysteem levert 10, 15 of 20 druppels per mL en is de standaard voor volwassenen en grotere volumes. Een microdruppelsysteem levert 60 druppels per mL en gebruik je bij kinderen, kleine volumes en wanneer nauwkeurige dosering nodig is. Bij 60 gtt/mL is het aantal gtt/min gelijk aan het aantal mL/h.
Wat is de snelheid om de ader open te houden? Om een ader open te houden (in het Engels “keep vein open”, KVO) loopt het infuus heel langzaam, vaak rond de 20 tot 30 mL/h, precies genoeg om te voorkomen dat het bloed in de canule stolt. Volg altijd het lokale protocol en het voorschrift van de arts voor de exacte waarde.
Hoe tel ik de druppels in de druppelkamer? Tel het aantal druppels dat gedurende 15 seconden in de kamer valt en vermenigvuldig met 4 om het aantal per minuut te krijgen. Stel de rolklem bij tot je op het berekende aantal gtt/min uitkomt en herhaal de telling na het bijstellen ter controle.